Tijdens deze warme dagen voel ik me begaan met de bij. Dan is het alsof ik mezelf in een van hen zie. Ze hebben een karakter van volharding, blijven voortdurend zoeken naar nieuw voedsel. De ene na de andere bloem.
Zo ben ik aanhoudend bezig om mezelf – mentaal gezien – op het juiste pad te houden, weersta ik suikerzoete en dus onverstandige lekkernijen, neem ik nu en dan wat rust, zet ik elke dag de ramen open voor frisse lucht, zit ik een poosje in de zon en probeer ik dagelijks een klein beetje beweging te krijgen.
Anders dan zij, ben ik geen werkbij, want het daadwerkelijke werk dat ik verzet verbleekt bij hun bezigheden.
|
Dit jaar bloeien er meer bloemen dan ooit in de tuin en dat betekent dat er veel insecten op af komen. Afgezien van deze sierplanten heb ik aardigheid in het telen van enkele groenten en fruit in de tuin. Deze wil ik graag ecologisch verantwoord behandelen, dus ook mogelijke problemen die zich voordoen.
De oplossing voor plantjes met luis is gelukkig eenvoudig en vergt niet veel werk. Men perst een teentje knoflook uit in een liter water en laat dit een nachtje staan. Besproei er de volgende ochtend de bloemen en/of planten mee en de luizen zullen gauw een ander onderkomen zoeken. Nadeel is wel dat de besproeide plantjes een poosje naar knoflook ruiken. En wie zo onhandig is als ik, zal ook enkele uren dit parfum dragen.
De luizen verstoppen zich graag aan de onderzijde van bladeren. Dus met een hand hou ik de blaadjes ondersteboven, terwijl ik met de andere sproei. Vervolgens zit het stinkspul niet alleen op mijn linkerarm, maar ook op mijn voeten en enkels… Ach, het zij zo. Gelatenheid is sinds mijn ziek zijn iets dat ik nastreef. Dan stink ik maar, zo ben ik er in ieder geval zeker van dat de luis zich niet op mij zal nestelen.
Opmerkelijk genoeg laten de bijen zich door de ongewone geur niet kisten. Zij doen zich nog steeds tegoed aan al het lekkers dat de bloemen voor hen in petto hebben. Het is een prachtig gezicht hoe ze zich bijna geheel verstoppen in de kelkjes van de Oost-Indische kers. Allen een wit kontje wipt nog wat heen en weer in de opening van de bloem en de rest van het zwartgeel gestreepte lichaam is niet meer te zien. Dan kruipt het achteruit en vliegt verder. Waarschijnlijk op zoek naar een volgende bloem.
Lijkt het maar zo of verplaatst de bij zich wat onhandig en onvast door de lucht? Zou het diertje een beetje dronken zijn van de lekkernijen? Ik stel me zo voor dat– na een dag hard werken – de bij thuis moet bijkomen van alle weldaad en onderuitgezakt een flinke boer laat. Moe, maar voldaan.
Zaaien, zaaien, zaaien… ik doe zo mijn best en er treedt nog geen verbetering op. Achteruitgang zien te voorkomen, is voorlopig het hoogst haalbare. Elke dag opnieuw. Om meer te weten te komen over CVS/ME zoek ik het internet af, verdiepen manlief en ik ons in boeken van verschillende specialisten wereldwijd en onderga ik uiteenlopende onderzoeken.
Door dit te doen, blijf ik zaaien. Al weet ik niet wat ik kan verwachten en is het mij onbekend uit welke hoek een mogelijke oplossing naar voren kan komen. In tegenstelling tot mijn bijenvrienden, zit er geen fatsoenlijke strategie achter en blijf ik van alles proberen. Ga ik maar door met zaaien, zaaien en zaaien.
Tot de tijd van oogsten is aangebroken – zal het ooit zover komen? – ben ik blij met de zomerse dagen die zich aandienen. Kijk ik naar de dronken bijen en luister ik naar hun tevreden gezoem en zeg ik zachtjes: ‘dag bij, kom je morgen weer terug bij mij?’
|
|
|
|